Boerderijschool

Kinderen van de basisschool gaan gedurende een jaar (13 tot 20 dagdelen) met hun klas leren en werken op een nabij gelegen boerderij. Door de herhaling en het ritme in de boerderijwerkzaamheden ontstaat een verdieping van de (leer-)ervaringen.

Boerderijatelier

Kinderen van de basisschool gaan 5 tot 7 dagdelen met hun klas leren en werken op een nabij gelegen boerderij. Het Boerderijatelier is een arrangement voor boerderijeducatie en een prima kennismaking met de Boerderijschool.

Drie Principes

1. Leren in een authentieke leeromgeving

Met de kruiwagenDe leerlingen gaan naar een echte boerderij, waar de boeren voor hun levensonderhoud van afhankelijk zijn. Het is een omgeving die betekenisvol is voor de leerlingen en zinvol vanuit het oogpunt van de school. Leerlingen leren door een concrete taak uit te voeren. Juist in basale activiteiten kunnen talenten van kinderen tot ontwikkeling komen. Er wordt hierbij een appèl gedaan op de hele persoon (voelen, willen en denken). Door zelf te doen, te ontdekken en te ervaren krijgen leerlingen de kans om te leren. Er zijn grote verschillen tussen kinderen in interesse en ontwikkeling én elk kind heeft zijn eigen manier van leren. Op de boerderij komen kinderen met al die verschillende talenten aan bod. Het contact van de kinderen met een leef –en werkgemeenschap op een boerderij levert naast leerervaringen op het gebied van natuur en milieu, ook leerervaringen op die van betekenis zijn voor de ontwikkeling van de persoonlijkheid zoals zelfvertrouwen, samenwerken en doorzettingsvermogen. Daarnaast zijn leerervaringen op het gebied van wereldoriëntatie, rekenen, economie, techniek en ambachten en bewegingsonderwijs op een boerderij in onderlinge samenhang aan de orde. Dit maakt de boerderij tot een bijzonder rijke en krachtige leerplek voor opgroeiende kinderen.

2. Directe ervaringen in de natuur

In de natuurDe Boerderijschool geeft kinderen de mogelijkheid om directe ervaringen op te doen in de natuur. Ze komen op de boerderij in contact met de natuur door verzorgende relaties met aarde, planten en dieren te ontwikkelen. Alle zintuigen worden hierbij aangesproken. De kinderen kunnen op de boerderij naar hartenlust kijken, voelen, proeven, ruiken en horen. Ze openen hun zintuigen en kunnen iets ervaren van verbondenheid met de natuur, als de wereld waar we als mens bij horen. Door de herhaling en ritme in de boerderijwerkzaamheden wordt er een verdieping in de ervaringen bereikt. Op de boerderij wordt de levenszin van kinderen op een heel eigen wijze aangesproken en gewekt. In een gezonde omgeving op de boerderij kunnen ze verbondenheid beleven; voelen dat ze bestaan; beseffen deel te zijn van een groter geheel en daaraan een bijdrage te kunnen leveren. De Boerderijschool draagt hiermee bij aan de ontwikkeling tot een natuurbetrokken bestaan.

3. Identiteitsontwikkeling

Top TipOp de boerderij krijgen leerlingen de gelegenheid om hun eigenheid te ontdekken en om deze in wisselwerking met de planten, dieren, medeleerlingen en de boeren te ontwikkelen en te verstevigen. De boerderij is de realistische context waar de identiteitsontwikkeling van leerlingen plaatsvindt. Daar is het dat kinderen verbindingen aangaan en allerlei uitdagingen tegenkomen. Twee basismotieven spelen hierbij een belangrijke rol: streven naar zelfbevestiging(streven om greep te hebben op het alledaagse leven en om dit zelf mee vorm te geven) en het streven naar verbondenheid met iets of iemand anders (streven om ergens deel vanuit te maken en om ergens in op te gaan). Beide motieven zijn even belangrijk. De Boerderijschool spreekt leerlingen volop in hun basisdrijfveren aan. Ervaringen van zelfbevestiging (Z– motief) zijn op de boerderij aan de orde bij werkzaamheden die een uitdaging voor de kinderen zijn. De leerlingen worden uitgedaagd door ‘zwaar’ werk, de fietstocht naar de boerderij, het uitmesten van de stallen of de omgang met dieren die ze in eerste instantie eng vinden. Ervaringen van verbondenheid (A – motief) hebben voor de kinderen op de boerderij te maken met zich veilig voelen en thuis voelen op de plek, bij elkaar en ook bij de boer(in).